Niet de fabriek, maar de organisatie bepaalt het succes van industrialisatie
Jan van der Doelen van ING over waarom een voorspelbare bouwstroom cruciaal is voor succesvolle industrialisatie
Nederland zet stevig in op industrialisatie van de bouw. Prefab en modulaire concepten worden gezien als dé manier om sneller, efficiënter, duurzamer en betaalbaarder woningen te realiseren. Maar daarmee is de transitie nog niet voltooid. Volgens Jan van der Doelen, sector banker Bouw(industrie) bij ING, ligt de grootste uitdaging niet in het neerzetten van meer fabrieken, maar in het anders organiseren van de hele bouwketen. 'We hebben de productiecapaciteit al voor een groot deel beschikbaar. De echte opgave zit in het organiseren van de vraag.'
Al ruim twintig jaar volgt Van der Doelen namens ING de Nederlandse bouwsector. Vanuit die rol adviseert hij zowel de bank als bouwbedrijven over ontwikkelingen in de markt en mogelijke anticipatie daarop. Dat gaat veel verder dan alleen financiering. 'Wij willen begrijpen hoe bedrijven zich ontwikkelen, welke keuzes ze maken en of hun plannen ook over vijf of tien jaar nog houdbaar zijn. Zeker bij industrialisatie zijn investeringen fors. Dan is het belangrijk dat een onderneming niet alleen vandaag een goed verhaal heeft, maar ook een strategie die op de lange termijn werkt.'
Van project naar proces
Dat industrialisatie noodzakelijk is, is volgens Van der Doelen evident. De woningnood, het tekort aan vakmensen en de druk om sneller en duurzamer te bouwen maken een andere manier van produceren onvermijdelijk. Toch wringt er iets. De Nederlandse bouwsector is nog altijd ingericht op projecten, terwijl industrieel bouwen juist draait om processen. 'De bouw is traditioneel volledig project-gedreven. Iedere woning is weer een nieuw project met een eigen voorbereiding, eigen vergunningen en eigen organisatie. Een industrieel bedrijf werkt precies andersom. Daar draait alles om voorspelbaarheid, standaardisatie en een goed georganiseerd productieproces. Juist daardoor kun je sneller bouwen, efficiënter produceren en de voordelen van schaal benutten.'
Die omslag blijkt lastig. Niet omdat bedrijven de voordelen niet zien, maar omdat de bestaande bouwketen nog grotendeels is ingericht op de traditionele manier van werken. 'Een woning staat misschien binnen twee jaar op zijn plek, maar de voorbereiding kan gemakkelijk acht tot tien jaar duren. Uiteindelijk ben je soms twaalf jaar bezig voordat iemand daadwerkelijk de sleutel krijgt. Daar valt enorm veel winst te behalen.'
De fabriek is sneller dan het vergunningstraject
Volgens Van der Doelen wordt vaak gedacht dat industrialisatie vooral draait om sneller produceren. Dat is slechts een deel van het verhaal. 'De bouwtijd van een woning uit een fabriek is al heel kort. Zodra de fundering gereed is, kan een woning in zeer korte tijd worden geplaatst. De echte vertraging zit veel eerder in het proces.' Daar ligt volgens hem een belangrijke rol voor overheden. 'Als een woning uit een fabriek volledig voldoet aan alle eisen uit het Bouwbesluit, waarom moet deze dan in iedere gemeente opnieuw vrijwel hetzelfde goedkeuringsproces doorlopen? Wanneer je producten veel eenvoudiger en uniformer kunt accepteren, ontstaat veel meer voorspelbaarheid. Dat maakt het voor fabrikanten ook aantrekkelijker om op grotere schaal te produceren.' Juist die voorspelbaarheid is volgens hem essentieel voor een gezonde industriële bouwsector.
Er is capaciteit genoeg
Regelmatig klinkt de vraag of Nederland niet te veel prefabfabrieken krijgt. Zeker nu steeds meer bouwbedrijven investeren in eigen productielocaties. Van der Doelen begrijpt die zorg, maar plaatst daar direct een belangrijke kanttekening bij. 'Als je kijkt naar de fabrieken die er nu al staan, kunnen die gezamenlijk 70.000 tot 80.000 woningen per jaar produceren. Dat is enorm veel capaciteit. Alleen wordt daarvan momenteel maar ongeveer een kwart tot een derde benut.' Dat betekent niet dat er te veel fabrieken zijn gebouwd, vindt hij. 'Het betekent vooral dat de markt nog onvoldoende georganiseerd is om die capaciteit optimaal te benutten. Voor een fabriek is een hoge bezettingsgraad essentieel. Een productielijn die stilstaat kost ontzettend veel geld.' Het probleem zit dus niet aan de aanbodkant. 'Het aanbod is er grotendeels al. De uitdaging is om voldoende voorspelbare vraag te organiseren.'
Niet alles hoeft uit de fabriek te komen
Industrialisatie betekent volgens Van der Doelen ook niet dat traditionele bouwmethoden verdwijnen. 'Er zal altijd behoefte blijven aan traditionele bouw. Niet iedere woning leent zich voor een volledig industrieel concept. Daarnaast hebben we een enorme renovatie- en verduurzamingsopgave. Dat vraagt vaak juist om maatwerk.' Veel bedrijven kiezen daarom bewust voor een combinatie. 'Je ziet ondernemingen die zowel industrieel produceren als traditioneel bouwen. Dat geeft spreiding. Wanneer je volledig afhankelijk bent van de fabriek en de orders vallen tijdelijk terug, dan kan dat financieel behoorlijk pijn doen.'
Volatiele markt vraagt om robuuste bedrijven
De bouw kent grote schommelingen. Niet omdat de woningbehoefte verdwijnt, maar doordat economische omstandigheden telkens veranderen. 'Er is een structureel woningtekort en dat blijft voorlopig bestaan. Maar conjunctureel kan de markt wel degelijk tijdelijk terugvallen. Denk aan stijgende rentes, hogere bouwkosten of consumenten die minder kunnen lenen en/of minder vertrouwen hebben in hun (financiële) toekomst. Dan worden minder woningen verkocht en starten projecten later op. Voor je het weet ben je weer twee jaar verder.' Juist daarom vraagt industrialisatie om zorgvuldig ondernemerschap. 'Een industrieel bedrijf is fundamenteel anders georganiseerd dan een traditioneel bouwbedrijf. Je investeert vooraf fors in productiecapaciteit en moet dus veel verder vooruitdenken. Je richt niet alleen een bouwplaats in, maar een compleet productieproces.' Dat vraagt om scherpe keuzes.
De overheid is onmisbaar
Dat de overheid meer inzet op industrialisatie, stemt Van der Doelen positief. De ambitie om in de komende jaren een veel groter deel van de woningbouw industrieel te realiseren ziet hij als een logische ontwikkeling. 'Wanneer ongeveer de helft van de nieuwbouwwoningen industrieel wordt gebouwd, betekent dat een enorme stap vooruit. Dan worden fabrieken beter benut en kunnen de voordelen van industrialisatie echt worden verzilverd.' Maar alleen ambities uitspreken is niet voldoende. 'Daar hoort ook beleid bij dat zorgt voor voorspelbaarheid. Niet alleen door voldoende woningbouwlocaties beschikbaar te maken, maar ook door procedures eenvoudiger en uniformer te organiseren. Juist daarin kan de overheid een belangrijke rol spelen.'
Betaalbaarheid als extra drijfveer
Naast snelheid en capaciteit speelt ook betaalbaarheid een steeds grotere rol. Bouwkosten zijn de afgelopen jaren door hogere energieprijzen, duurdere materialen en oplopende lonen fors gestegen. Van der Doelen stelt dat industrialisatie daar daadwerkelijk verschil in kan maken. 'Wanneer je het industriële proces echt goed organiseert, kan dat per woning tien tot twintig procent kosten besparen. Dat is niet alleen belangrijk voor bouwbedrijven die concurrerend willen blijven, maar uiteindelijk ook voor de betaalbaarheid van woningen.'
Ondanks de uitdagingen heeft Van der Doelen veel vertrouwen in de toekomst van industrieel bouwen. 'Ik zie industrialisatie absoluut niet als een tijdelijke trend. De bouwsector heeft de afgelopen decennia steeds laten zien dat zij zich weet aan te passen aan grote veranderingen. Dat maakt deze sector ook zo bijzonder. Elke nieuwe uitdaging wordt beantwoord met een nieuwe oplossing.’



