Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

GRATIS bezoekersregistratie
voor professionals:
nog dagen
sluiten X

Kunnen we Paris-proof bouwen als we de milieu-impact verkeerd berekenen?

Gerben Broekhuijsen van Copper8 over de verborgen milieu-impact van installaties.


De bouwsector zet grote stappen richting Paris-proof bouwen. Biobased materialen, CO₂-arm beton en circulaire staalconstructies krijgen volop aandacht. Maar volgens Gerben Broekhuijsen van Copper8 begint echte verduurzaming met een fundamenteler vraagstuk: hoe betrouwbaar zijn de berekeningen waarop we onze ontwerpkeuzes baseren? Uit onderzoek van Copper8 blijkt dat de milieu-impact van installatietechniek in de huidige systematiek regelmatig wordt onderschat. Daardoor blijven innovaties zoals prefab, modulaire installaties en ontwerpen met minder techniek onderbelicht. 'Als de meetlat niet klopt, sturen we ook niet op de juiste oplossingen.'

Verborgen milieu-impact
Het onderzoek van Copper8 richt zich op de manier waarop de milieu-impact van installaties wordt berekend binnen de Milieuprestatie Gebouwen (MPG). Daarvoor wordt gebruikgemaakt van de Nationale Milieudatabase. Wanneer specifieke productdata ontbreken, wordt gewerkt met generieke milieuverklaringen. Juist daar wringt het volgens Broekhuijsen. 'Die generieke kaarten zijn grotendeels gebaseerd op woningbouw en rekenen met een gemiddelde milieu-impact per vierkante meter. Dat lijkt logisch, maar zodra je diezelfde systematiek toepast op bijvoorbeeld een ziekenhuis, school of kantoor gaat het mis. Zulke gebouwen bevatten veel meer en veel complexere installaties. De gebouwtypologie wordt onvoldoende meegenomen, waardoor een belangrijk deel van de werkelijke milieu-impact buiten beeld blijft.' Dat betekent niet dat alle gebouwen verkeerd worden beoordeeld, benadrukt hij, maar het is wel een duidelijk signaal. 'We hebben installaties uit BIM-modellen van zes projecten volledig doorgerekend en vergeleken met de generieke berekeningen. Dan zie je dat die generieke kaarten de werkelijkheid lang niet altijd benaderen. Vooral bij utiliteitsgebouwen ligt de werkelijke milieu-impact van installaties aanzienlijk hoger.' Gemiddeld vertegenwoordigen installaties volgens de huidige berekeningen ongeveer twintig procent van de milieu-impact van een gebouw. 'In verschillende projecten zagen we dat aandeel bijna verdubbelen. We kunnen nog niet zeggen dat dit overal zo is, maar het geeft wel een duidelijk signaal.'

We rekenen onszelf rijk
Volgens Broekhuijsen heeft dat directe gevolgen voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Als de generieke kaarten zorgen voor een te lage milieuberekening, is het lastig om innovaties zichtbaar te maken. 'We rekenen onszelf rijk en sluiten onze ogen voor een verborgen milieu-impact. Daardoor loont het voor partijen nauwelijks om verder te investeren in oplossingen die daadwerkelijk milieuwinst opleveren. Je kunt je immers niet onderscheiden van een referentieberekening die de impact al onderschat.' Dat is volgens hem een gemiste kans. Juist betrouwbare berekeningen kunnen innovatie versnellen. 'Wanneer de werkelijke milieu-impact zichtbaar wordt, ontstaat vanzelf ruimte voor betere oplossingen. Dan kunnen partijen zich onderscheiden op basis van prestaties die nu nauwelijks meetellen.'

Minder techniek begint bij slimmer ontwerpen
Het onderzoek gaat volgens Broekhuijsen niet alleen over nauwkeuriger rekenen. Uiteindelijk draait het om betere gebouwen. 'Paris-proof bouwen betekent niet automatisch dat je steeds efficiëntere installaties toevoegt. Misschien moeten we juist vaker de vraag stellen of al die installaties wel nodig zijn. Als je een gebouw slimmer ontwerpt, kun je vaak met minder techniek toe.' Daarvoor moeten installateurs veel eerder in het ontwerpproces worden betrokken, vindt hij. 'Nu is de milieuberekening vooral een feestje van ontwerpers. Installateurs worden vaak pas later aangehaakt, terwijl juist zij veel kennis hebben over de impact van verschillende systemen en hoe je die kunt beperken.' Een integrale aanpak, waarin constructie, installaties en energiegebruik vanaf de eerste ontwerpstappen gezamenlijk worden bekeken, biedt volgens hem veel meer kansen om de milieu-impact daadwerkelijk terug te dringen.

Prefab en modulair verdienen een eerlijkere waardering
Een betere meetmethode kan volgens Broekhuijsen ook innovaties zoals prefab en modulair bouwen versnellen. 'Ik heb zelf veel met prefab en modulair gewerkt, juist omdat die aanpak de milieu-impact kan verlagen. In een fabriek kun je efficiënter produceren, ontstaat minder materiaalverlies en bovendien zijn er minder transportbewegingen naar de bouwplaats nodig. Daarnaast zijn modulaire installaties beter losmaakbaar en daardoor eenvoudiger aan te passen of opnieuw toe te passen.' Juist die voordelen blijven in de huidige systematiek vaak buiten beeld. 'Als de berekeningen beter aansluiten op de werkelijkheid, krijgen dit soort innovaties eindelijk de kans zich echt te onderscheiden. Dan wordt investeren in circulaire installatietechniek ook economisch aantrekkelijker.'
Volgens Broekhuijsen vraagt dat ook om een andere manier van ontwerpen. 'We zijn gewend installaties zo groot mogelijk te dimensioneren. De volgende stap is juist om slimmer te ontwerpen, overdimensionering te voorkomen en installaties zo op te bouwen dat ze langer meegaan, aanpasbaar zijn en eenvoudig gedemonteerd kunnen worden.'

Van papieren werkelijkheid naar de praktijk
Een belangrijke ontwikkeling is de aankomende Europese regelgeving, die meer nadruk legt op de daadwerkelijk gerealiseerde milieuprestatie van gebouwen. 'Nu is de MPG-berekening vooral een theoretische exercitie voor de vergunning. Daarna verdwijnt hij vaak uit beeld. Met de nieuwe regelgeving verschuift de aandacht veel meer naar as built: weerspiegelt de berekening ook wat er uiteindelijk daadwerkelijk is gebouwd?' Volgens Broekhuijsen kan dat een belangrijke impuls geven aan circulair bouwen. 'Circulariteit wordt pas echt interessant als er op de bouwplaats andere keuzes worden gemaakt. Niet alleen op papier, maar ook in de uitvoering.'

Samen het systeem verbeteren
Copper8 ziet het onderzoek nadrukkelijk als het begin van een bredere beweging. Samen met opdrachtgevers, installateurs, ontwerpers, overheden en softwarepartijen wil het bureau een actieagenda opstellen om de milieuberekeningen structureel te verbeteren. 'We hebben dit onderzoek niet gepubliceerd om het in een la te laten verdwijnen. Tijdens verschillende rondetafels merkten we dat veel partijen dezelfde knelpunten herkennen. Nu willen we die kennis bundelen en gezamenlijk werken aan een beter systeem.' Volgens Broekhuijsen ligt er een belangrijke verantwoordelijkheid bij de overheid en de Nationale Milieudatabase, omdat daar het fundament van de berekeningen ligt. 'Maar de overheid kan dit niet alleen oplossen. Juist de partijen uit de markt beschikken over de kennis die nodig is om betere milieuverklaringen op te stellen, passend bij verschillende gebouwtypen en installaties. Daarom zijn we op zoek naar partijen die willen meedenken en aansluiten bij deze actieagenda. Alleen als we dat samen doen, kunnen we vanaf de komende jaren toewerken naar een systeem dat innovatie eerlijk beloont. Want pas als we goed meten, kunnen we ook echt Paris-proof bouwen.'