Industrialisatie begint niet in de fabriek
Richard Derksen van het ministerie van BZK over waarom opschaling van industrieel bouwen al ver vóór de fabriek begint
Wie over industrieel bouwen spreekt, denkt al snel aan woningfabrieken, prefab elementen en seriematige productie. Volgens Richard Derksen, programmamanager Innovatie en Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP) bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is dat maar een deel van het verhaal. Nederland beschikt inmiddels over de technieken om sneller en duurzamer woningen te bouwen. De echte uitdaging is om het hele proces daaromheen anders te organiseren. Pas als gebiedsontwikkeling, vergunningverlening, regelgeving, financiering en productie op elkaar aansluiten, kan industrieel bouwen op grote schaal bijdragen aan de woningbouwopgave.
Van ambitie naar uitvoering
De ambitie om in 2030 de helft van alle nieuwbouwwoningen industrieel te bouwen bestaat al sinds 2022 en is door opeenvolgende kabinetten bevestigd. Tijdens de Woontop van 2024 kreeg die doelstelling een concreet vervolg met het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw. Dat programma draait nadrukkelijk om meer dan alleen prefab bouwen.
'We willen niet alleen sneller bouwen, maar ook sneller tot bouwen komen. Een gebiedsontwikkeling duurt nu vaak acht tot tien jaar. Dat moet uiteindelijk terug naar ongeveer vier jaar. Dat lukt alleen als je het hele proces anders organiseert.' Daarvoor richt het programma zich op drie samenhangende thema's: industrieel bouwen, datagedreven werken en het sneller toepassen van innovaties om ondanks allerlei belemmeringen toch te kunnen bouwen. Volgens Derksen ligt juist daar de grootste winst. Veel oplossingen voor vraagstukken als netcongestie, water en klimaatadaptatie zijn al beschikbaar. De uitdaging is niet om steeds nieuwe innovaties te ontwikkelen, maar om ervoor te zorgen dat bestaande oplossingen gemeengoed worden. 'Wij werken volgens het ITO-principe. Innoveren, toepassen en vervolgens opschalen. Een innovatie heeft pas waarde als die onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk. Daarom passen we de innovaties toe in de pakweg 40 gebieden uit de Samenwerkingsagenda Toekomstbestendige Gebiedsontwikkeling en zorgen we voor de opschaling in de nationaal grootschalige woningbouwlocaties.'
De fabriek is niet de bottleneck
Dat klinkt misschien verrassend uit de mond van iemand die industrialisatie moet stimuleren, maar volgens Derksen zit de grootste rem op de woningbouw niet in de fabriek. 'Fabrieken draaien vaak maar op halve kracht. Het is hollen of stilstaan. Dan zit de orderportefeuille maandenlang helemaal vol en vervolgens vallen projecten stil doordat procedures vertraging oplopen. Die grilligheid maakt investeren lastig.' Door woningbouwopgaven uit woondeals beter te koppelen aan de beschikbare productiecapaciteit ontstaat volgens hem een stabielere bouwstroom. Dat maakt verdere investeringen mogelijk en helpt tegelijkertijd om het groeiende tekort aan vakmensen op te vangen. ‘Industrieel bouwen maakt het mogelijk om met minder arbeid meer woningen te realiseren, maar alleen als de productie voldoende voorspelbaar wordt.’
De grootste versnelling in de bouwfase zit in vergunningen
Een belangrijk deel van ons gesprek gaat eigenlijk niet over bouwen, maar over procedures. Volgens Derksen valt daar l de grootste tijdwinst te behalen. Steeds meer industriële woningconcepten worden vooraf gecertificeerd. Daarmee is al vastgesteld dat zij voldoen aan de wettelijke bouwtechnische eisen. Toch beoordelen veel gemeenten iedere aanvraag opnieuw. 'Een woning waarvan de kwaliteit al onafhankelijk is vastgesteld, hoeft niet nog een keer technisch beoordeeld te worden. De wet biedt die ruimte nu al. Toch zijn veel gemeentelijke processen daar nog niet op ingericht.'
Dat heeft volgens hem vooral te maken met oude werkwijzen. Gemeenten zijn gewend zelf de technische kwaliteit te controleren, terwijl die beoordeling bij gecertificeerde bouwsystemen al heeft plaatsgevonden. 'Wij helpen gemeenten graag om te zien dat een deel van die complexiteit al voor hen is opgelost. Daardoor kunnen medewerkers hun tijd besteden aan de zaken waar hun expertise echt nodig is.' Om dat te versnellen worden op verschillende plekken in Nederland zogeheten fast lanes ingericht. In de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe vergunningen voor gecertificeerde woningen veel sneller kunnen worden verleend. De ambities reiken zelfs verder. 'We onderzoeken of voor gecertificeerde woningen uiteindelijk helemaal geen bouwvergunning en meldplicht meer nodig is. Als de kwaliteit en veiligheid al objectief is vastgesteld, moet je voorkomen dat dezelfde toets meerdere keren wordt uitgevoerd.'
De Omgevingswet en digitalisering als kans
Ook de invoering van de Omgevingswet biedt volgens Derksen mogelijkheden om procedures fundamenteel anders in te richten. Gemeenten werken sinds 2024 met integrale omgevingsplannen in plaats van bestemmingsplannen. Dat vraagt om een nieuwe manier van denken. 'Iedereen is nog aan het ontdekken hoe de Omgevingswet optimaal kan worden benut. Dat is ook een kans. Je kunt processen opnieuw ontwerpen in plaats van oude werkwijzen te kopiëren.' Sommige gemeenten experimenteren daar inmiddels mee. Wanneer een omgevingsplan voldoende gedetailleerd is uitgewerkt, kan een afzonderlijke omgevingsvergunning in bepaalde gevallen overbodig worden. In combinatie met gecertificeerde woningconcepten ontstaat zo een proces waarin veel minder dubbel werk hoeft plaats te vinden. Digitalisering speelt daarbij een belangrijke rol. Door informatie eerder beschikbaar te maken en besluitvorming beter te ondersteunen met data, moeten gebiedsontwikkelingen aanzienlijk sneller kunnen verlopen.
Bewuste keuzes aan de voorkant
Volgens Derksen begint versnelling al voordat een architect de eerste woning ontwerpt. Gemeenten maken in de planfase regelmatig keuzes die industrieel bouwen onbedoeld onmogelijk maken. Daarom ontwikkelt het ministerie samen met de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit een stedenbouwkundige plankaart die helpt om al aan het begin van een gebiedsontwikkeling bewuste afwegingen te maken. 'Je moet jezelf afvragen welke ruimtelijke kwaliteit echt belangrijk is. Soms sluiten gemeenten met goedbedoelde eisen onbewust de mogelijkheid uit om sneller, duurzamer en betaalbaarder te bouwen.' Dat betekent volgens hem niet dat industrialisatie leidt tot eenvormige woonwijken. Juist de sector ontwikkelt zich snel. 'Het beeld bestaat nog steeds dat industrieel bouwen neerkomt op containerwoningen. Dat is allang niet meer de werkelijkheid. Recent onderzoek van Platform 31 toont aan dat traditioneel en industrieel gebouwde woningen niet meer van elkaar zijn te onderscheiden.'
Ook producenten moeten meebewegen
Niet alleen overheden moeten anders werken. Ook fabrikanten zullen zich verder moeten ontwikkelen. Producenten die afhankelijk zijn van één woningtype of onvoorspelbare opdrachtgevers zijn kwetsbaar. Zeker als er geen grote ontwikkelaar of investeerder achter het bedrijf staat. Bedrijven die meerdere bouwconcepten kunnen produceren of voor verschillende aanbieders werken, blijken veel toekomstbestendiger. 'Je ziet dat de markt volwassen wordt. Fabrieken die een moeilijke periode hebben doorgemaakt, keren terug met een veel flexibeler productiesysteem of sluiten aan bij andere woningfabrieken. Dat maakt de hele keten robuuster.' Volgens Derksen kijkt het ministerie daarom ook naar manieren om producenten meer zekerheid te bieden, terwijl tegelijkertijd wordt gestimuleerd dat zij zelf investeren in flexibiliteit en risicobeheersing. Op termijn moeten subsidieregelingen die ontwikkeling verder ondersteunen, bijvoorbeeld door industrieel bouwen en datagedreven werken nadrukkelijk mee te wegen.
Een andere manier van bouwen
De rode draad in het verhaal van Derksen is dat industrieel bouwen uiteindelijk veel meer is dan een nieuwe productiemethode. Het vraagt om een andere inrichting van de hele woningbouwketen. Van de eerste stedenbouwkundige keuzes en digitale gebiedsontwikkeling tot certificering, vergunningverlening en de manier waarop fabrieken hun productie organiseren. 'We hebben de afgelopen jaren heel veel puzzelstukjes ontwikkeld. Nu moeten we ze in elkaar leggen. Als dat lukt, bouwen we niet alleen sneller, maar ook slimmer, duurzamer en met veel meer voorspelbaarheid voor iedereen in de keten.'
Daarmee verschuift ook de rol van de overheid. Niet door zelf oplossingen te ontwikkelen, maar door bestaande innovaties sneller toepasbaar te maken en belemmeringen weg te nemen. Industrialisatie begint volgens Derksen dan ook niet in de fabriek, maar veel eerder: bij de keuzes die de sector samen maakt.



