Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

GRATIS bezoekersregistratie
voor professionals:
nog dagen
sluiten X

De woningfabriek is klaar. Nu Nederland nog.

Hilbrand Katsma van Van Wijnen over een woningfabriek die klaar is voor opschaling en een bouwketen die nog moet aanhaken


De discussie over industriële woningbouw gaat vaak over de fabriek. Over robots, automatisering en gestandaardiseerde productie. Maar volgens Hilbrand Katsma, Algemeen Directeur Van Wijnen Components bij Van Wijnen Groep, ligt de grootste uitdaging inmiddels ergens anders. De techniek is er, net als de productiecapaciteit. Wat verdere opschaling in de weg staat, zijn bestemmingsplan- en vergunningprocedures, netcongestie, het gebrek aan bouwrijpe locaties en een keten die nog niet hetzelfde tempo heeft gevonden als de industrie. ‘Nederland zou veel meer complete woningen kunnen afnemen dan nu gebeurt.’

De fabriek is niet de beperkende factor
Toen Van Wijnen in 2017 besloot fors te investeren in een eigen woningfabriek, was dat geen antwoord op de woningcrisis van vandaag, maar op de structurele ontwikkelingen die toen al zichtbaar waren. De arbeidsmarkt in de bouw stond onder druk, de vraag naar woningen zou verder toenemen en duurzaamheid kreeg een steeds prominentere plaats op de agenda. Volgens Katsma was duidelijk dat de traditionele manier van bouwen op termijn onvoldoende schaalbaar zou zijn. 'We hebben destijds gezegd dat we de woningbouw toekomstbestendig moesten maken. Niet alleen omdat er steeds minder mensen voor de bouw kiezen, maar ook omdat woningen betaalbaar én duurzamer moeten worden. Dan moet je anders gaan produceren. Betaalbaarheid en duurzaamheid stonden vanaf het begin bovenaan.'

Die keuze leidde niet alleen tot een fabriek, maar tot een volledig nieuwe manier van werken. Het proces begint al lang voordat er een element wordt geproduceerd. Woningen worden digitaal samengesteld in een configurator waarin miljoenen varianten mogelijk zijn. Die digitale informatie vormt vervolgens de basis voor engineering, werkvoorbereiding en productie. 'Wij doen alles in code. Vanuit een aantal basistypen kun je breedtes, dieptes en architectuur kiezen en vervolgens eindeloos variëren in gevels, metselwerk en details. Bij iedere keuze zie je direct wat het betekent voor de prijs. Uiteindelijk weten onze robots tot op steenniveau welke kleur, welk patroon en welke afmeting verwerkt moeten worden.' Dat digitale productieproces leverde Van Wijnen in 2024 een internationale Manufacturing Leadership Award op. Opvallend genoeg niet vanwege de fabriek zelf, maar vanwege het softwareplatform dat ontwerp, engineering en productie volledig met elkaar verbindt.

Elke dag een beetje beter
Volgens Katsma zit de grootste kracht van industrialisatie naast de snelheid waarmee woningen kunnen worden gebouwd ook in de mogelijkheid om het product voortdurend verder te ontwikkelen. Waar traditionele bouwprojecten grotendeels op zichzelf staan, bouw je in een industriële omgeving steeds voort op eerdere ervaringen. 'Bij traditionele bouw is vrijwel ieder project maatwerk. Dan is het veel lastiger om verbeteringen systematisch mee te nemen naar het volgende project. Bij industrieel bouwen ontwikkel je een product dat je iedere dag een stukje beter maakt. Daardoor neemt de kwaliteit steeds verder toe.' Dat is zichtbaar in de productie, maar ook op de bouwplaats. Complete woningen worden als een nauwkeurig passende puzzel uit geprefabriceerde elementen samengesteld. Waar een traditionele woning maanden nodig heeft om wind- en waterdicht te worden, staat een industriële woning in één dag overeind. Daarna resteert nog enkele weken afbouw.

Ook de fabriek zelf ontwikkelt zich voortdurend. Inmiddels worden dagelijks vier tot vijf woningen geproduceerd en de capaciteit laat toe dit aantal te verdubbelen. In een aparte fabriek worden bovendien complete badkamers, toiletten en technische ruimtes gemaakt, zodat op de bouwplaats nog maar een beperkt aantal werkzaamheden hoeft plaats te vinden.
'Alles wat met muren, vloeren, glas, daken, sanitair en installaties te maken heeft, verplaatsen we zoveel mogelijk naar de fabriek. Daar kunnen we onder gecontroleerde omstandigheden produceren. Dat levert niet alleen snelheid op, maar ook een constantere kwaliteit en veel minder overlast op de bouwplaats.' Daar komen volgens Katsma nog andere voordelen bij. De fabriek draait volledig op duurzame energie, transportbewegingen nemen af en binnenstedelijke bouwprojecten veroorzaken aanzienlijk minder hinder voor de omgeving.

De bottleneck zit buiten de bouw
Juist omdat de productie steeds efficiënter is geworden, vallen de beperkingen elders in de keten des te meer op. Volgens Katsma benut de Nederlandse industriële bouwsector momenteel slechts ongeveer de helft van haar capaciteit. 'We hebben meer capaciteit dan we kunnen uitleveren. Aan de fabrieken ligt het dus niet. De grootste vertraging ontstaat tegenwoordig bij bestemmingsplan- en vergunningenprocedures, het bouwrijp maken van locaties, netcongestie en alle processen daaromheen.' Daarmee is volgens hem ook de discussie veranderd. Jarenlang werd industriële bouw gezien als een veelbelovende ontwikkeling die zich nog moest bewijzen. Die fase ligt volgens Katsma achter ons. 'We hebben samen laten zien dat industriële woningbouw werkt. Nu is de keten aan zet. Overheden, nutsbedrijven en andere partijen zullen dezelfde prestaties moeten gaan leveren als de bouwsector inmiddels doet.'

Woningbouw vraagt om een crisisaanpak
De woningcrisis vraagt volgens Katsma om een manier van besluitvorming die daarbij past. Hij begrijpt dat zorgvuldigheid belangrijk is, maar vindt dat procedures inmiddels veel te veel tijd kosten. 'Als we werkelijk vinden dat Nederland in een wooncrisis zit, hoort daar ook een crisisaanpak bij. Doorlooptijden van vijf jaar zijn niet acceptabel. En als procedures uiteindelijk tien of vijftien jaar duren, zijn we dan niet stiekem het doel uit het oog verloren?' Volgens hem vraagt dat ook om politieke keuzes. Bezwaarmogelijkheden zijn een belangrijk onderdeel van de rechtsstaat, maar het algemeen belang van voldoende woningen mag volgens hem zwaarder gaan wegen wanneer procedures structureel tot grote vertraging leiden.

Minder maatwerk, meer prestatie
Niet alleen de overheid, ook opdrachtgevers kunnen industrialisatie verder helpen. Katsma ziet dat aanbestedingen nog vaak zijn gebaseerd op een te gedetailleerde beschrijving van de gewenste oplossing, terwijl industriële bouw juist floreert wanneer de gewenste functionele en ruimtelijke prestatie centraal staat. 'Als een uitvraag al helemaal voorschrijft hoe een gebouw eruit moet zien en hoe het gebouwd moet worden, wordt het lastig om de voordelen van industrialisatie optimaal te benutten. Beschrijf liever welke prestatie je verwacht,voor welke doelgroep je bouwt en het doel van de gewenste stedenbouwkundige en architectonische uitstraling. Dan ontstaat meer ruimte om de mooiste industriële oplossingen in te passen.'
Ook landelijke uniformiteit in regelgeving blijft volgens hem essentieel. Het Bouwbesluit biedt daarvoor een goede basis, maar aanvullende lokale eisen kunnen standaardisatie alsnog onder druk zetten. 'Industrialisatie vraagt om herhaalbaarheid. Zodra iedere gemeente weer eigen technische eisen toevoegt, moet je opnieuw gaan ontwerpen. Dan verlies je een belangrijk deel van de schaalvoordelen.'

Klaar voor opschaling
Van Wijnen heeft de afgelopen jaren honderden miljoenen euro's geïnvesteerd in industriële woningbouw. 'Wij zijn klaar om op te schalen met onze mooie en betaalbare Fijn Wonen woningen. De investeringen zijn gedaan en de productiecapaciteit is er. Als vergunningverlening sneller wordt, bouwlocaties eerder beschikbaar komen, netcongestie wordt aangepakt en opdrachtgevers meer op prestaties gaan uitvragen, kan industriële woningbouw de bijdrage leveren die Nederland nodig heeft.' De boodschap is helder. De industriële revolutie in de woningbouw heeft zich in de fabriek al voltrokken. De volgende stap is dat de rest van de keten hetzelfde tempo gaat maken.